Translation of "agitated" into Dutch

gejaagd, opgewonden, bezorgd are the top translations of "agitated" into Dutch.

agitated adjective verb grammar

Simple past tense and past participle of agitate. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • gejaagd

    adjective

    If he wakes up and he's agitated, just give him one milligram of lorazepam.

    Als hij wakker wordt en gejaagd is geef hem dan één mg lorazepam.

  • opgewonden

    adjective

    Getting agitated is just going to make your burns itch.

    Als je je opwindt, gaan je brandwonden jeuken.

  • bezorgd

    adjective

    Did he seemed worried or agitated lately?

    Leek hij de laatste tijd bezorgd of geïrriteerd?

  • Less frequent translations

    • bang
    • beducht
    • nerveus
    • ongerust
    • zenuwachtig
    • bekommerd
    • druk
    • onrustig
    • ontroerd
    • rusteloos
    • woelig
    • zenuw-
    • zorgelijk
    • zenuw‐
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "agitated" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "agitated" with translations into Dutch

  • Agitation Free
  • aanstoker · activist · agitator · intrigant · onruststoker · ophitser · opruier · opstoker · provocateur · stokebrand · twiststoker · volksmenner
  • aandoen · aangrijpen · aanwakkeren · ageren · agiteren · benauwen · bespreken · bewegen · discuteren · dooreenhalen · in beroering brengen · kwaad maken · ontroeren · op stang jagen · ophitsen · opruien · opschudden · opstoken · opwinden · opzetten · prikkelen · rechtop zetten · roeren · schokken · schommelen · schudden · slingeren · swingen · treffen · van gedachten wisselen · van zijn stuk brengen · verduisteren · verhitten · verontrusten · vertoornen · vertroebelen · verwarren · verwisselen · werken op · wrikken · zwaaien
  • aanwakkeren · agiteren · bewegen · ophitsen · opruien · opstoken · opwinden · prikkelen · verontrusten
  • agitatie · beduchtheid · beroering · beweging · ferment · gejaagdheid · gemoedsbeweging · getier · gevecht · gisting · herrie · hetze · kloppartij · knokpartij · ongerustheid · onrust · opgewondenheid · opschudding · opwinding · rel · roerigheid · rusteloosheid · rustverstoring · schroom · spektakel · stokerij · troebelen · tumult · vechtpartij · verontwaardiging · woeligheid · woeling · zorg
  • agitatie · beduchtheid · beroering · beweging · ferment · gejaagdheid · gemoedsbeweging · getier · gevecht · gisting · herrie · hetze · kloppartij · knokpartij · ongerustheid · onrust · opgewondenheid · opschudding · opwinding · rel · roerigheid · rusteloosheid · rustverstoring · schroom · spektakel · stokerij · troebelen · tumult · vechtpartij · verontwaardiging · woeligheid · woeling · zorg
Add

Translations of "agitated" into Dutch in sentences, translation memory