Translation of "annoyed" into Dutch

boos, kwaad, verveeld are the top translations of "annoyed" into Dutch.

annoyed adjective verb grammar

Simple past tense and past participle of annoy. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • boos

    adjective

    When you look annoyed all the time, people think that you're busy.

    Als je steeds boos kijkt, denken ze dat je het druk hebt.

  • kwaad

    noun neuter

    You wouldn' t want to annoy a bee hive with your noise, would you?

    Willen jullie met je lawaai een zwerm bijen kwaad maken?

  • verveeld

    adjective

    I thought he was annoying, but now I miss him.

    Ik dacht dat hij vervelend was, maar nu mis ik hem.

  • Less frequent translations

    • gemelijk
    • geërgerd
    • geïrriteerd
    • vervelend
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "annoyed" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "annoyed" with translations into Dutch

  • aanstoken · aanstoot geven · agaceren · bedroeven · belemmeren · defect maken · ergeren · grieven · hinderen · in disorde brengen · in verwarring brengen · irriteren · kwellen · lastig vallen · molesteren · op stang jagen · ophitsen · plagen · prikkelen · rommelen · sarren · storen · storing veroorzaken · verdriet doen · verdrieten · verontrusten · verontwaardigen · verstoren · vervelen
  • zich ergeren
  • ambetant · ergerlijk · frustrerend · hinderlijk · irritant · irriterend · lastig · strontvervelend · vervelend
  • vervelend
  • ambeteren · dwarszitten · ergeren · kwellen · treiteren · vervelen
  • ambetant · ergerlijk · frustrerend · hinderlijk · irritant · irriterend · lastig · strontvervelend · vervelend
  • aanstoken · aanstoot geven · agaceren · bedroeven · belemmeren · defect maken · ergeren · grieven · hinderen · in disorde brengen · in verwarring brengen · irriteren · kwellen · lastig vallen · molesteren · op stang jagen · ophitsen · plagen · prikkelen · rommelen · sarren · storen · storing veroorzaken · verdriet doen · verdrieten · verontrusten · verontwaardigen · verstoren · vervelen
  • ambetant · ergerlijk · frustrerend · hinderlijk · irritant · irriterend · lastig · strontvervelend · vervelend
Add

Translations of "annoyed" into Dutch in sentences, translation memory