Translation of "announcers" into Dutch

omroepers is the translation of "announcers" into Dutch.

announcers noun

Plural form of announcer. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • omroepers

    noun

    The announcer can talk rapidly.

    De omroeper kan snel praten.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "announcers" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "announcers" with translations into Dutch

  • huwelijksaankondiging
  • to be announced
  • aandienen · aankondigen · adverteren · bekendmaken · melden · verkondigen
  • continuity announcer
  • aandienen · aangeven · aankondigen · aanmelden · adverteren · afkondigen · afroepen · annonceren · bekend maken · bekendmaken · binnenleiden · declareren · indoen · inleggen · inleiden · inschuiven · insteken · instoppen · introduceren · invoeren · inzetten · mededelen · meedelen · melden · openbaar maken · publiceren · ruchtbaar maken · signaleren · steken · uitspreken · verklaren · verkonden · verkondigen
  • boodschap van algemeen nut
  • aankondiger · meedeler · omroeper · omroepster · presentator
  • aangekondigd · aangemeld · bekendgemaakt
Add

Translations of "announcers" into Dutch in sentences, translation memory