Translation of "appease" into Dutch

kalmeren, sussen, bedaren are the top translations of "appease" into Dutch.

appease verb grammar

To make quiet; to calm; to reduce to a state of peace; to dispel (anger or hatred). [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • kalmeren

    verb

    To make quiet; to calm; to reduce to a state of peace; to still; to pacify

    We need to appease him and start communications with him.

    We moeten hem kalmeren en met hem praten.

  • sussen

    Een toestand van vrede, rust, kalmte, gemak of tevredenheid brengen.

    I'll find the kid, that should appease Bo.

    Ik zoek dat joch, dat zal Bo sussen.

  • bedaren

    verb
  • Less frequent translations

    • geruststellen
    • stillen
    • verslaan
    • bevredigen
    • doden
    • winnen
    • afhouwen
    • doodmaken
    • fusilleren
    • neervellen
    • omhakken
    • omkappen
    • terneerdrukken
    • verootmoedigen
    • afhakken
    • deprimeren
    • kleinmaken
    • neerdrukken
    • opduikelen
    • uitgraven
    • afkappen
    • afslachten
    • doodschieten
    • ontmoedigen
    • ombrengen
    • opgraven
    • bevangen
    • neerhalen
    • rooien
    • uitputten
    • wippen
    • slopen
    • temmen
    • vernederen
    • zegevieren
    • fnuiken
    • slachten
    • delven
    • kappen
    • afbreken
    • verzwakken
    • overwinnen
    • vellen
    • aflopen
    • afleggen
    • doorgaan
    • neerkomen
    • de moed ontnemen
    • gaan door
    • neerslachtig maken
    • putten uit
    • tot rust brengen
    • verzoenen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "appease" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "appease" with translations into Dutch

Add

Translations of "appease" into Dutch in sentences, translation memory