Translation of "appeasement" into Dutch

verlichting, bevrediging, appeasementpolitiek are the top translations of "appeasement" into Dutch.

appeasement noun grammar

The state of being appeased; the policy of giving in to demands in order to preserve the peace. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • verlichting

    noun
  • bevrediging

    The bitter result of decades of appeasement and opportunism could be described as fear.

    Het bittere resultaat van decennia van bevrediging en opportunisme zou je kunnen omschrijven als angst.

  • appeasementpolitiek

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "appeasement" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "appeasement" with translations into Dutch

  • bedaren · kalmeren
  • afbreken · afhakken · afhouwen · afkappen · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · bevredigen · de moed ontnemen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · kalmeren · kappen · kleinmaken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · putten uit · rooien · slachten · slopen · stillen · sussen · temmen · terneerdrukken · tot rust brengen · uitgraven · uitputten · vellen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzoenen · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren
  • afbreken · afhakken · afhouwen · afkappen · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · bevredigen · de moed ontnemen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · kalmeren · kappen · kleinmaken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · putten uit · rooien · slachten · slopen · stillen · sussen · temmen · terneerdrukken · tot rust brengen · uitgraven · uitputten · vellen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzoenen · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren
  • afbreken · afhakken · afhouwen · afkappen · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · bevredigen · de moed ontnemen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · kalmeren · kappen · kleinmaken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · putten uit · rooien · slachten · slopen · stillen · sussen · temmen · terneerdrukken · tot rust brengen · uitgraven · uitputten · vellen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzoenen · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren
  • afbreken · afhakken · afhouwen · afkappen · afleggen · aflopen · afslachten · bedaren · bevangen · bevredigen · de moed ontnemen · delven · deprimeren · doden · doodmaken · doodschieten · doorgaan · fnuiken · fusilleren · gaan door · geruststellen · kalmeren · kappen · kleinmaken · neerdrukken · neerhalen · neerkomen · neerslachtig maken · neervellen · ombrengen · omhakken · omkappen · ontmoedigen · opduikelen · opgraven · overwinnen · putten uit · rooien · slachten · slopen · stillen · sussen · temmen · terneerdrukken · tot rust brengen · uitgraven · uitputten · vellen · vernederen · verootmoedigen · verslaan · verzoenen · verzwakken · winnen · wippen · zegevieren
Add

Translations of "appeasement" into Dutch in sentences, translation memory