Translation of "attain" into Dutch
bereiken, behalen, verkrijgen are the top translations of "attain" into Dutch.
attain
verb
grammar
(transitive) To accomplish; to achieve. [..]
-
bereiken
verbto accomplish; to achieve [..]
They attained their aim.
Ze bereikten hun doel.
-
behalen
verbHet gemaakt hebben of er in slagen of verkrijgen van iets.
information on personal matters, language proficiency, work experience and educational and training attainments
persoonsgegevens en gegevens over taalvaardigheden, werkervaring en behaald opleidingsniveau
-
verkrijgen
verbThey attained power by overthrowing their father, Kronos, chopping him into little pieces.
Zij verkregen de macht door hun vader van de troon te stoten. Kronos, door hen vermoord.
-
Less frequent translations
- realiseren
- verwerven
- halen
- treffen
- raken
- klaarspelen
- teisteren
- inslaan
- inhalen
- buit maken
- reiken tot
- slagen
- doorkomen
- slagen voor
- meppen
- houwen
- klappen
- opvallen
- kloppen
- slaan
- brengen
- leiden
- winnen
- uitkomen
- vatten
- uitlopen
- bemachtigen
- geleiden
- besturen
- uitgaan
- resulteren
- aangrijpen
- grijpen
- vernemen
- voortkomen
- voeren
- voortvloeien
- uitstijgen
- beetkrijgen
- belenden
- konfiskeren
- beetnemen
- vastpakken
- vastgrijpen
- confisqueren
- uittreden
- uitstappen
- bemerken
- voortspruiten
- waarnemen
- vangen
- pakken
- verdienen
- merken
- volgen
- gewaar worden
- grenzen aan
- in beslag nemen
- leiden tot
- uitdraaien op
- uitlopen op
- verbeurd verklaren
- verwezenlijken
- volbrengen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "attain" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "attain" with translations into Dutch
-
bereikbaarheid · beschikbaarheid
-
aanleg · bedrevenheid · begaafdheid · behendigheid · bekwaamheid · capaciteit · competentie · gave · geschiktheid · habiliteit · handigheid · het verkrijgen van · kundigheid · talent · vaardigheid · verkrijging · vermogen · vernuft · verwerving · verworvenheid
-
bereikbaar · beschikbaar · disponibel · haalbaar · te bereiken · te verwezenlijken
-
onderwijsniveau · opleidingsniveau
-
behalen · bereiken · buit maken · geraken · inhalen · treffen · verkrijgen · verwerven
Add example
Add