Translation of "dispatch" into Dutch
verzenden, expediëren, telegraferen are the top translations of "dispatch" into Dutch.
dispatch
verb
noun
grammar
To send a shipment with promptness. [..]
-
verzenden
verbTo send with promptness [..]
A registered consignee may neither hold nor dispatch excise goods under a duty suspension arrangement.
Een geregistreerde geadresseerde mag accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling niet voorhanden hebben, noch verzenden.
-
expediëren
-
telegraferen
-
Less frequent translations
- zenden
- afwikkelen
- afgeven
- afhandelen
- afzenden
- inleggen
- beslechten
- deponeren
- afdoen
- in bewaring geven
- verzending
- bericht
- versturen
- expeditie
- opsturen
- afmaken
- verschepen
- liquideren
- vermoorden
- verorberen
- doden
- ombrengen
- killen
- consigneren
- mollen
- omleggen
- koud maken
- om het leven brengen
- om zeep helpen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "dispatch" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "dispatch" with translations into Dutch
-
expediteur · zender
-
verstuurd
-
vrachtbrief
-
treindienstleider
-
Emser Depesche
-
versturen · verzenden
-
Computer Aided Dispatching
Add example
Add