Translation of "dispatcher" into Dutch

expediteur, zender are the top translations of "dispatcher" into Dutch.

dispatcher noun grammar

agent noun of dispatch; one who dispatches [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • expediteur

    Carver, get a message to the train dispatcher.

    Carver, breng een bericht naar de trein expediteur.

  • zender

    noun

    Dispatch, cancel that request to stop the train.

    Zender, annuleer het verzoek om de trein te stoppen.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "dispatcher" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "dispatcher" with translations into Dutch

  • verstuurd
  • afdoen · afgeven · afhandelen · afmaken · afwikkelen · afzenden · bericht · beslechten · consigneren · deponeren · doden · expeditie · expediëren · in bewaring geven · inleggen · killen · koud maken · liquideren · mollen · om het leven brengen · om zeep helpen · ombrengen · omleggen · opsturen · telegraferen · vermoorden · verorberen · verschepen · versturen · verzenden · verzending · zenden
  • vrachtbrief
  • treindienstleider
  • Emser Depesche
  • versturen · verzenden
  • Computer Aided Dispatching
  • afdoen · afgeven · afhandelen · afmaken · afwikkelen · afzenden · bericht · beslechten · consigneren · deponeren · doden · expeditie · expediëren · in bewaring geven · inleggen · killen · koud maken · liquideren · mollen · om het leven brengen · om zeep helpen · ombrengen · omleggen · opsturen · telegraferen · vermoorden · verorberen · verschepen · versturen · verzenden · verzending · zenden
Add

Translations of "dispatcher" into Dutch in sentences, translation memory