Translation of "frightened" into Dutch

bang, bangelijk, lafhartig are the top translations of "frightened" into Dutch.

frightened adjective verb grammar

Simple past tense and past participle of frighten . [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • bang

    adjective

    The mere sight of a dog frightens him.

    Als hij maar een hond ziet, wordt hij bang.

  • bangelijk

    adjective

    afraid, suffering from fear

  • lafhartig

    adjective

    afraid, suffering from fear

  • Less frequent translations

    • angstig
    • bevreesd
    • schrokken
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "frightened" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "frightened" with translations into Dutch

  • afschrikwekkend · afschuwelijk · angstaanjagend · angstwekkend · beangstigend · eng · geducht · griezelig · huiveringwekkend · ontstellend · ontzettend · schrikbarend · schrikwekkend · verschrikkelijk · vervaarlijk · vreselijk
  • opschrikken
  • afschrikken · alarmeren · angst aanjagen · bang · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · benauwen · doen schrikken · duchten · intimideren · maken · schrik aanjagen · schromen · terugschrikken voor · verschrikken · vrees aanjagen · vrezen
  • bang maken · beangstigen · doen schrikken · schrik aanjagen · verschrikken
  • afschrikken · alarmeren · angst aanjagen · bang · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · benauwen · doen schrikken · duchten · intimideren · maken · schrik aanjagen · schromen · terugschrikken voor · verschrikken · vrees aanjagen · vrezen
  • afschrikwekkend · afschuwelijk · angstaanjagend · angstwekkend · beangstigend · eng · geducht · griezelig · huiveringwekkend · ontstellend · ontzettend · schrikbarend · schrikwekkend · verschrikkelijk · vervaarlijk · vreselijk
  • afschrikken · alarmeren · angst aanjagen · bang · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · benauwen · doen schrikken · duchten · intimideren · maken · schrik aanjagen · schromen · terugschrikken voor · verschrikken · vrees aanjagen · vrezen
  • afschrikken · alarmeren · angst aanjagen · bang · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · benauwen · doen schrikken · duchten · intimideren · maken · schrik aanjagen · schromen · terugschrikken voor · verschrikken · vrees aanjagen · vrezen
Add

Translations of "frightened" into Dutch in sentences, translation memory