Translation of "frightening" into Dutch

angstaanjagend, beangstigend, afschuwelijk are the top translations of "frightening" into Dutch.

frightening adjective verb noun grammar

causing fear; of capable of causing fear; scary [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • angstaanjagend

    adjective

    scary

    In contrast to his frightening looks, his voice was kind and calm.

    In contrast met zijn angstaanjagende uiterlijk, was zijn stem vriendelijk en kalm.

  • beangstigend

    particle

    scary

    She looked frightened at the news.

    Het nieuws leek haar te beangstigen.

  • afschuwelijk

    adjective

    awful [..]

  • Less frequent translations

    • ontstellend
    • griezelig
    • angstwekkend
    • afschrikwekkend
    • eng
    • huiveringwekkend
    • schrikbarend
    • geducht
    • ontzettend
    • schrikwekkend
    • verschrikkelijk
    • vervaarlijk
    • vreselijk
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "frightening" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "frightening" with translations into Dutch

  • angstig · bang · bangelijk · bevreesd · lafhartig · schrokken
  • opschrikken
  • afschrikken · alarmeren · angst aanjagen · bang · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · benauwen · doen schrikken · duchten · intimideren · maken · schrik aanjagen · schromen · terugschrikken voor · verschrikken · vrees aanjagen · vrezen
  • bang maken · beangstigen · doen schrikken · schrik aanjagen · verschrikken
  • angstig · bang · bangelijk · bevreesd · lafhartig · schrokken
  • afschrikken · alarmeren · angst aanjagen · bang · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · benauwen · doen schrikken · duchten · intimideren · maken · schrik aanjagen · schromen · terugschrikken voor · verschrikken · vrees aanjagen · vrezen
  • afschrikken · alarmeren · angst aanjagen · bang · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · benauwen · doen schrikken · duchten · intimideren · maken · schrik aanjagen · schromen · terugschrikken voor · verschrikken · vrees aanjagen · vrezen
  • afschrikken · alarmeren · angst aanjagen · bang · bang maken · bang zijn voor · beangstigen · benauwen · doen schrikken · duchten · intimideren · maken · schrik aanjagen · schromen · terugschrikken voor · verschrikken · vrees aanjagen · vrezen
Add

Translations of "frightening" into Dutch in sentences, translation memory