Translation of "hurtful" into Dutch
nadelig, schadelijk, pijnlijk are the top translations of "hurtful" into Dutch.
hurtful
adjective
grammar
Tending to impair or damage; injurious; mischievous; occasioning loss or injury. [..]
-
nadelig
adjective adverbDo you realize that the consequences of your decision will hurt my children in France?
Realiseert u zich datde consequenties van uw beslissing... nadelig zijn voor m'n kinderen in Frankrijk?
-
schadelijk
adjectiveHow can a few numbers and the name of a street hurt anyone?
Hoe kunnen een paar nummers en een straatnaam schadelijk zijn voor iemand?
-
pijnlijk
adjectiveShe's close to moving forward, but it's gonna hurt.
Ze staat op het punt vooruit te gaan, maar het zal pijnlijk worden.
-
Less frequent translations
- smartelijk
- zeer
- moeilijk
- moeitevol
- deerlijk
- droef
- treurig
- bedroevend
- droevig
- triest
- moeizaam
- zuur
- zwaar
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "hurtful" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "hurtful" with translations into Dutch
-
afbreuk · bederven · beledigen · benadelen · beschadigen · beschadiging · bezeren · blesseren · defect · deficit · duperen · geblesseerd · gebrek · gekwetst · gewond · grieven · havenen · krenken · kwaad · kwellen · kwetsen · kwetsuur · letsel · nadeel · pijn · pijn aandoen · pijn doen · pijn gedaan · pijn veroorzaken · pijndoen · pijnigen · schade · schaden · schenden · schofferen · strop · stukmaken · toetakelen · treffen · verlies · verongelijken · verwonden · verwonding · wond · wonde · wonden · zeer doen
-
Mississippi John Hurt
-
John Hurt
-
Hurt
-
benadelen · bezeren · deren · kwetsen · mishandelen · pijn aandoen · pijn doen · verwonden · wonden · zeer doen
-
William Hurt
-
afbreuk · bederven · beledigen · benadelen · beschadigen · beschadiging · bezeren · blesseren · defect · deficit · duperen · geblesseerd · gebrek · gekwetst · gewond · grieven · havenen · krenken · kwaad · kwellen · kwetsen · kwetsuur · letsel · nadeel · pijn · pijn aandoen · pijn doen · pijn gedaan · pijn veroorzaken · pijndoen · pijnigen · schade · schaden · schenden · schofferen · strop · stukmaken · toetakelen · treffen · verlies · verongelijken · verwonden · verwonding · wond · wonde · wonden · zeer doen
-
afbreuk · bederven · beledigen · benadelen · beschadigen · beschadiging · bezeren · blesseren · defect · deficit · duperen · geblesseerd · gebrek · gekwetst · gewond · grieven · havenen · krenken · kwaad · kwellen · kwetsen · kwetsuur · letsel · nadeel · pijn · pijn aandoen · pijn doen · pijn gedaan · pijn veroorzaken · pijndoen · pijnigen · schade · schaden · schenden · schofferen · strop · stukmaken · toetakelen · treffen · verlies · verongelijken · verwonden · verwonding · wond · wonde · wonden · zeer doen
Add example
Add