Translation of "maintained" into Dutch

gehandhaafd, onderhouden are the top translations of "maintained" into Dutch.

maintained adjective verb grammar

showing maintenance or attention [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • gehandhaafd

    participle

    However, national rules setting stricter purity criteria than those recommended by international bodies may be maintained.

    Nationale zuiverheidsvoorschriften die strenger zijn dan de eisen die door internationale instanties worden aanbevolen, mogen echter worden gehandhaafd.

  • onderhouden

    verb

    Voltooid deelwoord van onderhouden.

    Security systems shall be inspected at regular intervals and equipment shall be maintained regularly.

    De beveiligingssystemen worden geregeld geïnspecteerd en de uitrusting wordt regelmatig onderhouden.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "maintained" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "maintained" with translations into Dutch

  • aandringen · aandrukken · aanhouden · accelereren · argumenteren · behandelen · behartigen · behoeden · behouden · beklijven · bepleiten · bergen · bespoedigen · betogen · bewaren · beweren · bezweren · bijblijven · bijhouden · blijven · conserveren · cureren · doorgaan · dragen · dringen · drukken · duren · haasten · handhaven · houden · in stand houden · jachten · knellen · onderhouden · ondersteunen · overhouden · persen · pressen · renoveren · ruggesteunen · schoren · schragen · staande houden · standhouden · steunen · stutten · terugvoeren · tot haast aanzetten · uitgeleide doen · uitlaten · urgent zijn · vasthouden · verdedigen · verder gaan met · verhaasten · verklaren · vernieuwen · verplegen · versnellen · vertogen · vervolgen · verzorgen · voeren · volhouden · voortduren · voortgaan · voortzetten · vorstaan · zorgen voor
  • behouden · bergen · betogen · bewaren · handhaven · in stand houden · onderhouden
  • gehandhaafd worden
  • met twee maten meten
  • verdedigbaar
  • aandringen · aandrukken · aanhouden · accelereren · argumenteren · behandelen · behartigen · behoeden · behouden · beklijven · bepleiten · bergen · bespoedigen · betogen · bewaren · beweren · bezweren · bijblijven · bijhouden · blijven · conserveren · cureren · doorgaan · dragen · dringen · drukken · duren · haasten · handhaven · houden · in stand houden · jachten · knellen · onderhouden · ondersteunen · overhouden · persen · pressen · renoveren · ruggesteunen · schoren · schragen · staande houden · standhouden · steunen · stutten · terugvoeren · tot haast aanzetten · uitgeleide doen · uitlaten · urgent zijn · vasthouden · verdedigen · verder gaan met · verhaasten · verklaren · vernieuwen · verplegen · versnellen · vertogen · vervolgen · verzorgen · voeren · volhouden · voortduren · voortgaan · voortzetten · vorstaan · zorgen voor
  • aandringen · aandrukken · aanhouden · accelereren · argumenteren · behandelen · behartigen · behoeden · behouden · beklijven · bepleiten · bergen · bespoedigen · betogen · bewaren · beweren · bezweren · bijblijven · bijhouden · blijven · conserveren · cureren · doorgaan · dragen · dringen · drukken · duren · haasten · handhaven · houden · in stand houden · jachten · knellen · onderhouden · ondersteunen · overhouden · persen · pressen · renoveren · ruggesteunen · schoren · schragen · staande houden · standhouden · steunen · stutten · terugvoeren · tot haast aanzetten · uitgeleide doen · uitlaten · urgent zijn · vasthouden · verdedigen · verder gaan met · verhaasten · verklaren · vernieuwen · verplegen · versnellen · vertogen · vervolgen · verzorgen · voeren · volhouden · voortduren · voortgaan · voortzetten · vorstaan · zorgen voor
  • aandringen · aandrukken · aanhouden · accelereren · argumenteren · behandelen · behartigen · behoeden · behouden · beklijven · bepleiten · bergen · bespoedigen · betogen · bewaren · beweren · bezweren · bijblijven · bijhouden · blijven · conserveren · cureren · doorgaan · dragen · dringen · drukken · duren · haasten · handhaven · houden · in stand houden · jachten · knellen · onderhouden · ondersteunen · overhouden · persen · pressen · renoveren · ruggesteunen · schoren · schragen · staande houden · standhouden · steunen · stutten · terugvoeren · tot haast aanzetten · uitgeleide doen · uitlaten · urgent zijn · vasthouden · verdedigen · verder gaan met · verhaasten · verklaren · vernieuwen · verplegen · versnellen · vertogen · vervolgen · verzorgen · voeren · volhouden · voortduren · voortgaan · voortzetten · vorstaan · zorgen voor
Add

Translations of "maintained" into Dutch in sentences, translation memory