Translation of "provoker" into Dutch
provocateur is the translation of "provoker" into Dutch.
provoker
noun
grammar
A person who provokes; a troublemaker [..]
-
provocateur
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "provoker" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "provoker" with translations into Dutch
-
irriteren · ophitsen · prikkelen · provoceren · tarten · uitdagen · uitlokken
-
aandoen · aanhitsen · aanrichten · aansporen · aanstoken · aanzetten · agaceren · beleggen · belezen · bemiddelen · bewegen · determineren · doen besluiten · ergeren · houden · identificeren · irriteren · leggen · nauwkeurig bepalen · ontketenen · ontlokken · op stang jagen · ophitsen · opwekken · overhalen · plaatsen · plagen · prikkelen · provoceren · sarren · situeren · stationeren · stichten · stoken · tarten · tergen · teweegbrengen · triggeren · uitdagen · uitlokken · uitreiken · uitschrijven · uittarten · vereenzelvigen · verontwaardigen · veroorzaken · verschaffen · verstrekken · wekken
-
comisch · grappig
-
intrigerend
-
getergd
-
ergerlijk · prikkelend · tergend
-
ergerlijk · prikkelend · tergend
-
ergerlijk · prikkelend · tergend
Add example
Add