Translation of "put off" into Dutch
afdoen, afleggen, afzetten are the top translations of "put off" into Dutch.
put off
adjective
verb
grammar
(transitive) To procrastinate [..]
-
afdoen
verb -
afleggen
verbTestify of the importance of putting off our old, sinful ways and putting on new ways of righteousness.
Geef uw getuigenis hoe belangrijk het is dat wij oude, zondige leefgewoonten afleggen en nieuwe, rechtschapen gewoonten aanleren.
-
afzetten
verb
-
Less frequent translations
- uitdoen
- uitkrijgen
- uitstellen
- uittrekken
- verdagen
- aanhouden
- afpoeieren
- afschepen
- bergen
- bewaren
- blootstellen
- de deur wijzen
- etaleren
- opbergen
- uitbrengen
- uitstallen
- verschuiven
- wegleggen
- wegzetten
- achteruitgaan
- achteruitlopen
- afdanken
- afmonsteren
- afstaan
- afwisselen
- doorsturen
- doorzenden
- heruitzenden
- ontslaan
- ontzetten
- refereren
- reflecteren
- retourneren
- royeren
- schelen
- spiegelen
- terrein verliezen
- terugbezorgen
- terugdeinzen
- teruggaan
- teruggooien
- terugkaatsen
- teruglopen
- terugsturen
- terugwerpen
- terugwijzen
- toegeven
- uitdrijven
- uiteenlopen
- variëren
- verdrijven
- verjagen
- verlopen
- verschillen
- vertragen
- verwijzen
- weerkaatsen
- weerspiegelen
- wegdrijven
- wegjagen
- werken
- wijken
- afschrikken
- afzeggen
- breken
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "put off" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "put off" with translations into Dutch
-
afleggen · uitdoen · uittrekken
-
afstotelijk · ontmoedigend
Add example
Add