Translation of "put on" into Dutch

aantrekken, aandoen, zetten are the top translations of "put on" into Dutch.

put on verb adjective grammar

Used other than as an idiom: see put , on . [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • aantrekken

    verb

    to don clothing

    What shall I put on: pants or a skirt?

    Wat zal ik aantrekken: een broek of een rok?

  • aandoen

    verb

    to don clothing

    I have my eyelashes put on individually and sometimes they come loose.

    Ik heb mijn wimpers individueel aangedaan en soms komen ze los.

  • zetten

    verb

    to place upon [..]

    He put on a hat.

    Hij zette een hoed op.

  • Less frequent translations

    • aanzetten
    • aanzetten tot
    • activeren
    • opleggen
    • opzetten
    • aanbrengen
    • aangetrokken
    • bezigen
    • opgezet
    • aan de praat krijgen
    • aankleden
    • doen
    • kleden
    • leggen
    • op gang brengen
    • opbrengen
    • plaatsen
    • steken
    • stellen
    • stoppen
    • aanhaken
    • aannemen
    • aanslaan
    • aanwenden
    • accepteren
    • bekleden
    • belasten
    • belasting heffen op
    • benutten
    • bepleisteren
    • doorvoeren
    • dwingen
    • forceren
    • gebruiken
    • in toepassing brengen
    • indoen
    • inleggen
    • inzetten
    • noodzaken
    • omkleden
    • ontvangen
    • op
    • opdringen
    • opvoeren
    • overtrekken
    • pleisteren
    • staan
    • stukadoren
    • toepassen
    • veraccijnzen
    • verplichten
    • voordoen
    • zich opdringen
    • zich aankleden
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "put on" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "put on"

Phrases similar to "put on" with translations into Dutch

Add

Translations of "put on" into Dutch in sentences, translation memory