Translation of "quit" into Dutch

verlaten, opgeven, ophouden are the top translations of "quit" into Dutch.

quit verb noun grammar

(transitive, archaic) To pay (a debt, fine etc.). [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • verlaten

    verb

    to leave

    You can't quit this company.

    Je kunt dit bedrijf niet verlaten.

  • opgeven

    verb

    to give up, stop doing something

    One phaser quit on us, three still operating.

    Eén faser heeft het al opgegeven. Drie werken er nog.

  • ophouden

    verb

    to give up, stop doing something

    She said that I should quit smoking.

    Ze zei dat ik moest ophouden met roken.

  • Less frequent translations

    • uittreden
    • aftreden
    • bedanken
    • stoppen
    • afsluiten
    • beëindigen
    • in de steek laten
    • laten varen
    • uitstappen
    • afmaken
    • uitlopen
    • besluiten
    • aflaten
    • uitstijgen
    • uitkomen
    • wijken
    • uitgaan
    • uitscheiden
    • bestijgen
    • voleindigen
    • afdalen
    • zinken
    • klimmen
    • rijzen
    • stijgen
    • uitmaken
    • aangeven
    • naar beneden gaan
    • naar boven gaan
    • ophouden met
    • geven
    • weggaan
    • leiden
    • aandoen
    • schakelen
    • klikken
    • doorbrengen
    • aanbotsen
    • belenden
    • aandraaien
    • wegschenken
    • verklikken
    • aansteken
    • doneren
    • toevoeren
    • weggeven
    • vereffenen
    • voortspruiten
    • inhalen
    • verdrijven
    • afstaan
    • vergeven
    • aanreiken
    • toebrengen
    • bestellen
    • afleveren
    • toegeven
    • overlaten
    • opbrengen
    • besturen
    • uitvallen
    • inschakelen
    • voortkomen
    • behalen
    • aanbrengen
    • resulteren
    • schenken
    • toekennen
    • voortvloeien
    • geleiden
    • volgen
    • vrij
    • leveren
    • bereiken
    • voldoen
    • brengen
    • voeren
    • verlenen
    • afstand doen van
    • geduwd worden
    • grenzen aan
    • leiden tot
    • reiken tot
    • stoppen met
    • uitdraaien op
    • uitlopen op
    • zich stoten
    • opstappen
    • vertrekken
    • smeren
    • heengaan
    • afmonsteren
    • wegreizen
    • afreizen
    • wegtrekken
    • uitwijken
    • ontslag nemen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "quit" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Quit
+ Add

"Quit" in English - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for Quit in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Images with "quit"

Phrases similar to "quit" with translations into Dutch

Add

Translations of "quit" into Dutch in sentences, translation memory