Translation of "reliably" into Dutch
betrouwbaar, trouw, oprecht are the top translations of "reliably" into Dutch.
In a reliable manner. [..]
-
betrouwbaar
adverbOp een betrouwbare manier.
Unless there is reliable evidence for it, we should not believe anything.
Tenzij er betrouwbaar bewijs voor is, zouden we niet alles zomaar moeten geloven.
-
trouw
adjective verb nounOp een betrouwbare manier.
I say: better to have a few that are reliable than to have a great many that are distractible and indifferent.
Ik verkies een enkele trouwe volgeling... boven vele die wispelturig en onverschillig zijn.
-
oprecht
adjectiveOp een betrouwbare manier.
-
eerlijk
adjectiveOp een betrouwbare manier.
That's not what I mean, but, guys, he isn't reliable.
Dat bedoel ik niet, maarjongens, hij is niet eerlijk.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "reliably" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "reliably" with translations into Dutch
-
Betrouwbaarheidscontrole
-
authenticiteit · bedrijfszekerheid · betrouwbaarheid · degelijkheid · deugdelijkheid · geloofwaardigheid
-
menselijke fout
-
aannemelijk · behouden · beproefd · betrouwbaar · betrouwbare · bona fide · degelijk · deugdelijk · ernstig · geborgen · geloofwaardig · getrouwe · gewis · goedaardig · ongevaarlijk · safe · serieus · stellig · stemmig · vast · vaststaand · veilig · verantwoord · verantwoordelijk · vertrouwd · verzekerd · wis · zeker · zekerheid
-
Reliability Analysis Component
-
reliability engineering
-
aannemelijk · behouden · beproefd · betrouwbaar · betrouwbare · bona fide · degelijk · deugdelijk · ernstig · geborgen · geloofwaardig · getrouwe · gewis · goedaardig · ongevaarlijk · safe · serieus · stellig · stemmig · vast · vaststaand · veilig · verantwoord · verantwoordelijk · vertrouwd · verzekerd · wis · zeker · zekerheid
-
aannemelijk · behouden · beproefd · betrouwbaar · betrouwbare · bona fide · degelijk · deugdelijk · ernstig · geborgen · geloofwaardig · getrouwe · gewis · goedaardig · ongevaarlijk · safe · serieus · stellig · stemmig · vast · vaststaand · veilig · verantwoord · verantwoordelijk · vertrouwd · verzekerd · wis · zeker · zekerheid