Translation of "suitability" into Dutch

geschiktheid, bruikbaarheid, gepastheid are the top translations of "suitability" into Dutch.

suitability noun grammar

The quality of being suitable. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • geschiktheid

    noun

    quality of being suitable [..]

    The operational suitability data may be limited to the model which is delivered.

    De gegevens betreffende de operationele geschiktheid kunnen worden beperkt tot het geleverde model.

  • bruikbaarheid

    noun
  • gepastheid

  • tegenwoordigheid van geest

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "suitability" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "suitability" with translations into Dutch

  • aanmaken
  • afspreken
  • aangewezen · aanwendbaar · acceptabel · adequaat · behoorlijk · bekwaam · betamelijk · bijpassend · bruikbaar · capabel · competent · deugen · doelmatig · eligibel · fatsoenlijk · gemakkelijk · gepast · geschikt · geschikt zijn · geschikte · geëigend · goedgezind · gunstig · keurig · passend · toegenegen · toepasbaar · toepasselijk · uitkomend · verkiesbaar · verstandig · voegzaam · voldoen · vroed · welgezind · welvoeglijk · wenselijk · werkbaar · wijs
  • behoorlijk · betamelijk · fatsoenlijk · gepast · geschikt · gevoeglijk
  • deugen · geschikt zijn · passen · schikken
  • aangewezen · aanwendbaar · acceptabel · adequaat · behoorlijk · bekwaam · betamelijk · bijpassend · bruikbaar · capabel · competent · deugen · doelmatig · eligibel · fatsoenlijk · gemakkelijk · gepast · geschikt · geschikt zijn · geschikte · geëigend · goedgezind · gunstig · keurig · passend · toegenegen · toepasbaar · toepasselijk · uitkomend · verkiesbaar · verstandig · voegzaam · voldoen · vroed · welgezind · welvoeglijk · wenselijk · werkbaar · wijs
  • aanmaken
  • aangewezen · aanwendbaar · acceptabel · adequaat · behoorlijk · bekwaam · betamelijk · bijpassend · bruikbaar · capabel · competent · deugen · doelmatig · eligibel · fatsoenlijk · gemakkelijk · gepast · geschikt · geschikt zijn · geschikte · geëigend · goedgezind · gunstig · keurig · passend · toegenegen · toepasbaar · toepasselijk · uitkomend · verkiesbaar · verstandig · voegzaam · voldoen · vroed · welgezind · welvoeglijk · wenselijk · werkbaar · wijs
Add

Translations of "suitability" into Dutch in sentences, translation memory