Translation of "suitably" into Dutch
geschikt, behoorlijk, gepast are the top translations of "suitably" into Dutch.
suitably
adverb
grammar
In a suitable manner; fitly; agreeably; with propriety. [..]
-
geschikt
adverbWho is more suitable for the job than Tom?
Wie is er beter geschikt voor dat werk dan Tom?
-
behoorlijk
adjective adverbThe ante mortem inspection must be carried out under suitable lighting.
De keuring voor het slachten moet worden verricht bij behoorlijke verlichting .
-
gepast
adverbIt may be useful in locating songs suitable for a particular meeting or lesson.
U kunt hiermee de liedjes opzoeken die bij een bepaalde vergadering of les passen.
-
Less frequent translations
- fatsoenlijk
- betamelijk
- gevoeglijk
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "suitably" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "suitably" with translations into Dutch
-
aanmaken
-
bruikbaarheid · gepastheid · geschiktheid · tegenwoordigheid van geest
-
afspreken
-
aangewezen · aanwendbaar · acceptabel · adequaat · behoorlijk · bekwaam · betamelijk · bijpassend · bruikbaar · capabel · competent · deugen · doelmatig · eligibel · fatsoenlijk · gemakkelijk · gepast · geschikt · geschikt zijn · geschikte · geëigend · goedgezind · gunstig · keurig · passend · toegenegen · toepasbaar · toepasselijk · uitkomend · verkiesbaar · verstandig · voegzaam · voldoen · vroed · welgezind · welvoeglijk · wenselijk · werkbaar · wijs
-
deugen · geschikt zijn · passen · schikken
-
aangewezen · aanwendbaar · acceptabel · adequaat · behoorlijk · bekwaam · betamelijk · bijpassend · bruikbaar · capabel · competent · deugen · doelmatig · eligibel · fatsoenlijk · gemakkelijk · gepast · geschikt · geschikt zijn · geschikte · geëigend · goedgezind · gunstig · keurig · passend · toegenegen · toepasbaar · toepasselijk · uitkomend · verkiesbaar · verstandig · voegzaam · voldoen · vroed · welgezind · welvoeglijk · wenselijk · werkbaar · wijs
-
aanmaken
-
aangewezen · aanwendbaar · acceptabel · adequaat · behoorlijk · bekwaam · betamelijk · bijpassend · bruikbaar · capabel · competent · deugen · doelmatig · eligibel · fatsoenlijk · gemakkelijk · gepast · geschikt · geschikt zijn · geschikte · geëigend · goedgezind · gunstig · keurig · passend · toegenegen · toepasbaar · toepasselijk · uitkomend · verkiesbaar · verstandig · voegzaam · voldoen · vroed · welgezind · welvoeglijk · wenselijk · werkbaar · wijs
Add example
Add