Translation of "trick" into Dutch

truc, hebbelijkheid, list are the top translations of "trick" into Dutch.

trick adjective verb noun grammar

(slang) Something that is unusually stylish or cool. [..]

+ Add

English-Dutch dictionary

  • truc

    noun masculine

    een handeling om op een slimme manier een doel te bereiken

    Ganon has another trick up his sleeve.

    Ganon heeft nog een ander trucje achter de hand.

  • hebbelijkheid

  • list

    noun

    een oplossing voor een probleem waardoor tegenstrevers worden verrast

    You've heard it before, and it was just a trick.

    En toen je hem hoorde, was het een list.

  • Less frequent translations

    • streek
    • bedotten
    • beduvelen
    • aanwensel
    • bedriegen
    • kneep
    • beetnemen
    • stunt
    • kunstgreep
    • slimmigheid
    • toer
    • foefje
    • om de tuin leiden
    • slimmigheidje
    • kunstje
    • trick
    • misleiden
    • foppen
    • slag
    • teleurstellen
    • ontgoochelen
    • tegenvallen
    • op een dwaalspoor zetten
    • grap
    • scherts
    • mop
    • grol
    • rollen
    • verschalken
    • wentelen
    • flessen-
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "trick" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "trick"

Phrases similar to "trick" with translations into Dutch

Add

Translations of "trick" into Dutch in sentences, translation memory