Translation of "abatir" into Dutch

ombrengen, vellen, doodmaken are the top translations of "abatir" into Dutch.

abatir verb grammar

Estar en proceso de quitar la vida. [..]

+ Add

Spanish-Dutch dictionary

  • ombrengen

    verb

    Dood maken; een leven beëindigen. [..]

    Fueron sorprendidos colocando artefactos explosivos improvisados, por lo que fueron abatidos.

    Zij werden betrapt toen zij IED's aan het plaatsen waren en werden vervolgens omgebracht.

  • vellen

    verb

    Dood maken; een leven beëindigen. [..]

    - medición y operaciones de venta de madera abatida no modelada ,

    _ het uitmeten en verkopen van geveld , onbewerkt hout ;

  • doodmaken

    Dood maken; een leven beëindigen. [..]

  • Less frequent translations

    • ontmoedigen
    • vernederen
    • neerslaan
    • doden
    • afbreken
    • slopen
    • neervellen
    • aflopen
    • kappen
    • winnen
    • overwinnen
    • verslaan
    • afhouwen
    • omhakken
    • omkappen
    • opduikelen
    • kleinmaken
    • afhakken
    • uitgraven
    • afkappen
    • bevangen
    • opgraven
    • rooien
    • wippen
    • zegevieren
    • bedaren
    • kalmeren
    • geruststellen
    • delven
    • afleggen
    • doorgaan
    • neerkomen
    • gaan door
    • putten uit
    • doodschieten
    • neerhalen
    • afslachten
    • neerdrukken
    • deprimeren
    • uitputten
    • slachten
    • verzwakken
    • dooddoen
    • fusilleren
    • terneerdrukken
    • verootmoedigen
    • kapotmaken
    • fnuiken
    • de moed ontnemen
    • neerslachtig maken
    • humiliëren
    • platgooien
    • omverwerpen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "abatir" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Images with "abatir"

Phrases similar to "abatir" with translations into Dutch

  • abbé · abt · geestelijke · pastoor · pastor · priester · weleerwaarde · zielszorger · zielverzorger
  • bedrukt · depressief · depri · diepgezonken · down · dronken · ellendig · gedeprimeerd · gemeen · hopeloos · mistroostig · moedeloos · neergeslagen · neerslachtig · verachtelijk · verlaagd · wanhopig
  • depressief · depri · down · dronken · gedeprimeerd · neerslachtig
  • hopeloos · moedeloos · neergeslagen · wanhopig
Add

Translations of "abatir" into Dutch in sentences, translation memory