Translation of "acomodar" into Dutch

aanpassen, adapteren, accommoderen are the top translations of "acomodar" into Dutch.

acomodar verb grammar

tener relaciones sexuales y dejarlo/a satisfecho [..]

+ Add

Spanish-Dutch dictionary

  • aanpassen

    verb

    Debería haber alterado las órdenes y acomodar sus acciones predecibles.

    Ik had'm moeten aanpassen aan voorspelbare acties van uw kant.

  • adapteren

  • accommoderen

    Estamos contentos de poderos acomodar temporalmente.

    We willen u wel tijdelijk accommoderen.

  • Less frequent translations

    • plaatsen
    • leggen
    • stationeren
    • situeren
    • afstemmen
    • zitten
    • maken
    • zetten
    • installeren
    • regelen
    • schikken
    • ordenen
    • uitvoeren
    • houden
    • doen
    • stellen
    • arrangeren
    • aanwijzen
    • poseren
    • bouwen
    • stoppen
    • steken
    • aanbrengen
    • bedrijven
    • fitten
    • uitrichten
    • construeren
    • vereenzelvigen
    • aanrichten
    • teweegbrengen
    • aanmaken
    • beleggen
    • uitschrijven
    • aanleggen
    • uitbrengen
    • identificeren
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "acomodar" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "acomodar" with translations into Dutch

  • behoorlijk · bemiddeld · betamelijk · bruikbaar · doelmatig · fatsoenlijk · gefortuneerd · gegoed · gemakkelijk · gepast · geschikt · gezeten · goedgezind · gunstig · keurig · moeiteloos · passend · rijk · toegenegen · toepasselijk · vermogend · vlot · voegzaam · welgesteld · welgezind · welvoeglijk
  • levensonderhoud
  • de schaapjes op het droge hebben
Add

Translations of "acomodar" into Dutch in sentences, translation memory