Translation of "acontecer" into Dutch

gebeuren, overkomen, geschieden are the top translations of "acontecer" into Dutch.

acontecer verb grammar

(Para un evento) Tener una existencia real. [..]

+ Add

Spanish-Dutch dictionary

  • gebeuren

    verb

    plaatshebben, werkelijkheid worden [..]

    Sabes lo que aconteció cuando volviste de la última vez.

    Je weet wat er gebeurde de laatste keer toen je terugkwam.

  • overkomen

    verb particle

    (Voor een evenement) Een reëel bestaan hebben. [..]

    Pero el tiempo y la ocasión acontecen a todos ellos.

    Maar tijd en het lot overkomt hen allen.

  • geschieden

    verb

    (Voor een feit) Zich op een spontane manier aandienen.

    Y aconteció que después que fueron escritas, él las explicó.

    En het geschiedde, toen zij waren opgeschreven, dat Hij ze uitlegde.

  • Less frequent translations

    • voorvallen
    • plaatsvinden
    • voorkomen
    • terechtkomen
    • slagen
    • aankomen
    • klaarspelen
    • aanbelanden
    • doorkomen
    • aanlanden
    • arriveren
    • bereiken
    • aan de hand zijn
    • slagen voor
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "acontecer" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate
Add

Translations of "acontecer" into Dutch in sentences, translation memory