Translation of "amputar" into Dutch
amputeren, afzetten, afsnijden are the top translations of "amputar" into Dutch.
amputar
verb
grammar
cortar parte o todo un miembro a alguien [..]
-
amputeren
verbeen lichaamsdeel chirurgisch verwijderen [..]
Un hombre tenía su pierna amputada y fue reemplazada por la de alguien más.
Een man zijn been was geamputeerd en vervangen door het been van iemand anders.
-
afzetten
verbamputeren
A Tom le tuvieron que amputar el brazo.
De arm van Tom moest worden afgezet.
-
afsnijden
verbTengo una paciente con un brazo amputado y no parece que pueda encontrarlo.
Ik heb een patiënt met een afgesneden arm, maar niemand kan de arm vinden.
-
Less frequent translations
- korten
- wegnemen
- inhouden
- rissen
- aftellen
- ritsen
- afpakken
- aftrekken
- afsteken
- afhalen
- weghalen
- afnemen
- wegsnijden
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "amputar" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Add example
Add