Translation of "aprender" into Dutch
leren, onderwijzen, aanleren are the top translations of "aprender" into Dutch.
Adquirir o intentar adquirir conocimiento o una habilidad para hacer algo.
-
leren
verb neuterkennis of vaardigheid verwerven [..]
Por más que te esfuerces, tú no podrás aprender inglés en dos o tres meses.
Hoe hard je het ook probeert, Engels leer je niet in twee, drie maanden.
-
onderwijzen
verbLo necesitamos para intercambiar información, para aprender y para todos los procesos imaginables.
We hebben het nodig voor de uitwisseling van informatie, voor onderwijs en voor alle mogelijke processen.
-
aanleren
verbY pensamos que éstas afectan la manera de aprender el lenguaje.
We denken dat deze een invloed hebben op het aanleren van taal.
-
Less frequent translations
- bijbrengen
- scholen
- instrueren
- vernemen
- ervaren
- te weten komen
- op de hoogte gesteld worden
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "aprender" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "aprender" with translations into Dutch
-
geleerd
-
geleerd
-
edutainment
-
geleerde lessen
-
Blokherkenning
-
memoriseren · uit het hoofd leren · van buiten leren