Translation of "causar" into Dutch

veroorzaken, aanrichten, teweegbrengen are the top translations of "causar" into Dutch.

causar verb grammar

Dar lugar; hacer que suceda, no siempre intencionalmente. [..]

+ Add

Spanish-Dutch dictionary

  • veroorzaken

    verb

    de oorzaak zijn van [..]

    Se decía que el fuego había sido causado por un fumador desatento.

    Men beweerde dat het vuur veroorzaakt was door een onoplettende roker.

  • aanrichten

    verb

    veroorzaken, met name van schade [..]

    Eso limitaría, al menos, el daño que pueda causar.

    Dat zou in ieder geval de schade beperken die het kan aanrichten.

  • teweegbrengen

    verb

    Naar aanleiding van, oorzaak van het gebeuren of het zich voordoen, niet altijd opzettelijk. [..]

    Por lo tanto, se concluye que estas importaciones no causaron el perjuicio comprobado.

    Derhalve wordt geconcludeerd dat deze invoer de vastgestelde schade niet teweegbracht.

  • Less frequent translations

    • aandoen
    • stichten
    • houden
    • uitschrijven
    • beleggen
    • berokkenen
    • leiden
    • oorzaak
    • uitlokken
    • bewegen
    • verschaffen
    • belezen
    • determineren
    • bemiddelen
    • overhalen
    • uitreiken
    • verstrekken
    • doen besluiten
    • leiden tot
    • nauwkeurig bepalen
    • bezorgen
    • verwekken
    • provoceren
    • schikken
    • regelen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "causar" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "causar" with translations into Dutch

Add

Translations of "causar" into Dutch in sentences, translation memory