Translation of "coja" into Dutch

kreupele, manke are the top translations of "coja" into Dutch.

coja verb grammar

Persona o animal que es parcialmente incapaz de utilizar una o varias de sus piernas.

+ Add

Spanish-Dutch dictionary

  • kreupele

    noun

    Een persoon of dier die gedeeltelijk niet in staat is een lidmaat of lidmaten te gebruiken.

    Esos bastardos me dejaron cojo por el resto de mi vida.

    Die klootzakken hebben me kreupel gemaakt voor de rest van mijn leven.

  • manke

    Een persoon of dier die gedeeltelijk niet in staat is een lidmaat of lidmaten te gebruiken.

    Como el cobarde que conocí hace tiempo, cojo y todo eso.

    Zoals de manke lafaard die ik van lang geleden ken.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "coja" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "coja" with translations into Dutch

  • verstrikken
  • De morgenstond heeft goud in de mond · De ochtendstond heeft goud in de mond
  • aangrijpen · aanpakken · afbreken · afplukken · afrukken · beetkrijgen · beetnemen · beetpakken · bemachtigen · bemerken · benemen · betrappen · binnendoen · confisqueren · de liefde bedrijven · gaan halen · gebruiken · gewaar worden · graaien · grijpen · halen · in beslag nemen · inhalen · inslaan · konfiskeren · merken · naaien · naar bed gaan met · nemen · neuken · onderscheppen · ontnemen · oplichten · oppakken · oprapen · optillen · pakken · penetreren · plukken · raken · slapen met · spiezen · teisteren · tokkelen · treffen · vangen · vastgrijpen · vastklemmen · vastpakken · vatten · verbeurd verklaren · vernemen · vinden · vrijen · waarnemen · wegscheuren
  • hinkend · kreupel · kreupele · lam · mank · manke · verlamd · verminkt · éénbenig
  • klemmen · knijpen · nijpen · tokkelen
  • aangrijpen · aanpakken · afbreken · afplukken · afrukken · beetkrijgen · beetnemen · beetpakken · bemachtigen · bemerken · benemen · betrappen · binnendoen · confisqueren · de liefde bedrijven · gaan halen · gebruiken · gewaar worden · graaien · grijpen · halen · in beslag nemen · inhalen · inslaan · konfiskeren · merken · naaien · naar bed gaan met · nemen · neuken · onderscheppen · ontnemen · oplichten · oppakken · oprapen · optillen · pakken · penetreren · plukken · raken · slapen met · spiezen · teisteren · tokkelen · treffen · vangen · vastgrijpen · vastklemmen · vastpakken · vatten · verbeurd verklaren · vernemen · vinden · vrijen · waarnemen · wegscheuren
Add

Translations of "coja" into Dutch in sentences, translation memory