Translation of "comenzar" into Dutch
beginnen, aanvangen, starten are the top translations of "comenzar" into Dutch.
Tener un inicio en un sentido temporal, espacial o evaluativo. [..]
-
beginnen
verbaanvangen [..]
Toda la audiencia se puso de pie y comenzó a aplaudir.
Het hele publiek stond op en begon te applaudisseren.
-
aanvangen
verbbeginnen, starten [..]
La Norma estará en vigor para ejercicios que comiencen a partir del 1 de enero de 1999.
De standaard is van kracht voor verslagperioden die aanvangen op of na 1 januari 1999.
-
starten
verbDe eerste stap of stappen nemen in het uitvoeren van een actie.
Pero siento que al esconder algo nos estoy negando un nuevo comienzo.
Ik heb gewoon het gevoel dat ik ons geen frisse start geef, door iets achter te houden.
-
Less frequent translations
- aanbinden
- aanbreken
- de eerste stap zetten
- de spits afbijten
- ingaan
- toetreden
- aanpakken
- aanhaken
- aanspreken
- aankaarten
- aansnijden
- toespreken
- enteren
- vasthaken
- aanklampen
- aanlanden
- landen
- aan komen lopen
- aan land gaan
- aan wal komen
- beginnen met
- stoten op
- zich stoten aan
- doorgaan
- aanheffen
- uitkomen
- een aanvang nemen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "comenzar" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "comenzar" with translations into Dutch
-
aanvankelijk · allereerst · in eerste instantie · in het eerst
-
aanhef · aanloop · aanvang · aanvangen · begin · beginnen · intrede · inzet · ontstaan · oorsprong · start · vertrek
-
aanval
-
begonnen
-
begonnen
-
aftrap
-
latere begindatum
-
een reis van duizend mijlen begint met een enkele stap