Translation of "duda" into Dutch

twijfel, onzekerheid, twijfeling are the top translations of "duda" into Dutch.

duda noun verb feminine grammar

Desafío sobre la verdad o la exactitud de un tema.

+ Add

Spanish-Dutch dictionary

  • twijfel

    noun feminine

    Twijfel over de waarheid of juistheid van een zaak. [..]

    No cabe duda de que el universo es infinito.

    Er is geen twijfel aan dat het heelal oneindig is.

  • onzekerheid

    noun feminine

    Twijfel over de waarheid of juistheid van een zaak.

    El pasajero no deberá tener la menor duda con respecto a cuáles son los límites aplicables.

    Voor de passagiers mag geen enkele onzekerheid blijven bestaan over de toegepaste beperkingen.

  • twijfeling

    noun

    Comienzan y se detienen, pero no hay marcas de duda.

    Ze beginnen en eindigen, geen twijfeling.

  • Less frequent translations

    • ongerustheid
    • opwinding
    • Twijfel
    • vraag
    • onduidelijkheid
    • ongeloof
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "duda" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "duda" with translations into Dutch

  • bepaald · beslist · daadwerkelijk · duidelijk · en of · inderdaad · natuurlijk · ongetwijfeld · tuurlijk · voorzeker · waarlijk · zeker · zonder twijfel
  • Dude
  • aarzelen · betwijfelen · dralen · dubben · in dubio staan · in vraag stellen · talmen · treuzelen · twijfelen · weifelen
  • met een korreltje zout
  • met modder gooien naar
  • ik heb een vraag
  • voordeel van de twijfel
  • aarzelen · betwijfelen · dralen · dubben · in dubio staan · in vraag stellen · talmen · treuzelen · twijfelen · weifelen
Add

Translations of "duda" into Dutch in sentences, translation memory