Translation of "faltar" into Dutch

missen, schelen, afwezig zijn are the top translations of "faltar" into Dutch.

faltar verb grammar

Perderse de algo por estar dormido. [..]

+ Add

Spanish-Dutch dictionary

  • missen

    verb

    Een bepaald(e) hoeveelheid of aantal van iets nodig hebben, maar niet genoeg hebben of helemaal niets.

    Pues comenzaba a pensar que a Randy le faltaba algo más que un testiculo.

    Ik begin te geloven dat Randy wel meer mist dan een bal.

  • schelen

    verb

    Ya no falta mucho.

    Dat scheelt niet veel meer.

  • afwezig zijn

    Después no faltó al trabajo por enfermedad más que unos días.

    Daarna is zij niet meer dan enkele dagen afwezig geweest wegens ziekte.

  • Less frequent translations

    • ontberen
    • ontbreken
    • absent zijn
    • hebben
    • spijbelen
    • moeten
    • mankeren
    • derven
    • mangelen
    • mislopen
    • dissen
    • misgrijpen
    • gebrek
    • schorten
    • gebrek hebben
    • tekort komen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "faltar" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "faltar" with translations into Dutch

Add

Translations of "faltar" into Dutch in sentences, translation memory