Translation of "ganar" into Dutch
winnen, verdienen, overwinnen are the top translations of "ganar" into Dutch.
ganar
verb
grammar
Obtener una característica. [..]
-
winnen
verbEen overwinning bekomen. [..]
Tom tiene una buena chance de ganar las elecciones.
Tom maakt een goede kans de verkiezing te winnen.
-
verdienen
verb(Succes) verkrijgen door inspanning of werk. [..]
Ellos se ganan el pan juntando y vendiendo periódicos viejos.
Ze verdienen hun brood met het verzamelen en verkopen van oude kranten.
-
overwinnen
verbEen gevecht of een wedsrijd al winnend beëindigen.
El mal a veces gana.
Soms overwint het kwaad.
-
Less frequent translations
- verkrijgen
- verwerven
- behalen
- bekomen
- buitmaken
- werven
- aanwerven
- aanbrengen
- bereiken
- slaan
- kloppen
- inhalen
- klappen
- meppen
- afranselen
- opdoen
- roeren
- dorsen
- omroeren
- doorroeren
- afrossen
- houwen
- reiken tot
- verslaan
- zegevieren
- aankomen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "ganar" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "ganar" with translations into Dutch
-
grondverbetering
-
veerooster
-
win-win
-
melkvee
-
willen · zin hebben
-
domme koe · kalf · koe · os · rund · runderen · rundvee · stier
-
appetijt · begeerte · begerigheid · eetlust · graagte · hartstocht · honger · trek · verlangen
-
bij voorkeur · dolgraag · eer · gaarne · graag · liefst · liever · met genoegen · veeleer · willens · zielsgraag
Add example
Add