Translation of "imponer" into Dutch

verplichten, opdringen, opleggen are the top translations of "imponer" into Dutch.

imponer verb grammar

Forzar a alguien a hacer algo. [..]

+ Add

Spanish-Dutch dictionary

  • verplichten

    verb

    Iemand forceren om iets te doen.

    La Comisión debería imponer al vendedor la obligación de la sustitución temporal.

    De Commissie moet de verkoper verplichten om voor tijdelijke vervanging te zorgen.

  • opdringen

    verb

    Naturalmente, nosotros los habitantes del mundo rico no deberíamos imponer un modo de vida concreto a otras personas.

    Uiteraard moeten wij als bewoners van de rijke wereld andere mensen niet een bepaalde levenswijze opdringen.

  • opleggen

    verb

    Sólo tú podías acabar con la maldición que me impusieron los dioses.

    Alleen jij kon de vloek opheffen die de Goden mij opgelegd hebben.

  • Less frequent translations

    • dwingen
    • forceren
    • aanslaan
    • belasten
    • noodzaken
    • heffen
    • dicteren
    • opbrengen
    • aanbrengen
    • imponeren
    • aandoen
    • aantrekken
    • veraccijnzen
    • belasting heffen op
    • zich opdringen
    • afdwingen
    • inboezemen
    • inspireren
    • bezielen
    • eisen
    • verlangen
    • vorderen
    • beleggen
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "imponer" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "imponer" with translations into Dutch

Add

Translations of "imponer" into Dutch in sentences, translation memory