Translation of "nombrar" into Dutch
noemen, benoemen, aanstellen are the top translations of "nombrar" into Dutch.
Tomar la decisión de escoger al alguien para un cargo asignándole deberes y responsabilidades. [..]
-
noemen
verbHacer una breve referencia. [..]
El número de visitantes que nombra está fuertemente exagerado: había a lo sumo 100 presentes.
Het aantal bezoekers wat hij noemt is sterk overdreven: er waren hoogstens zo'n 100 aanwezigen.
-
benoemen
verbTomar la decisión de escoger al alguien para un cargo asignándole deberes y responsabilidades.
Los representantes podrán ser reemplazados por suplentes, nombrados al mismo tiempo.
De vertegenwoordigers kunnen zich laten vervangen door gelijktijdig benoemde plaatsvervangers.
-
aanstellen
verbbenoemen [..]
El Comité podrá nombrar asimismo a expertos independientes para que le asesoren en cuestiones específicas.
Het Comité kan ook onafhankelijke deskundigen aanstellen om over specifieke zaken advies uit te brengen.
-
Less frequent translations
- heten
- uitmaken voor
- naam
- kiezen
- een naam geven
- nomineren
- zeggen
- aangeven
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "nombrar" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "nombrar" with translations into Dutch
-
Kiezen via naam
-
niet-telbaar substantief · niet-telbaar zelfstandig naamwoord
-
groepsnaam
-
Universal Naming Convention-naam
-
naam van artiest
-
namen van grote getallen
-
benaming · doopnaam · eigennaam · naam · naamwoord · roepnaam · substantief · voornaam · zelfstandig naamwoord · zèlfstenjig naamwaord