Translation of "producir" into Dutch
produceren, maken, fabriceren are the top translations of "producir" into Dutch.
Crear algo, o trabajar o realizar alguna labor con algún resultado; construir algo. [..]
-
produceren
verbbij voortduring vervaardigen [..]
El hambre suele producir poemas inmortales. La abundancia, únicamente indigestiones y torpezas.
Honger heeft de neiging om onsterfelijke gedichten te produceren. Overvloed, alleen indigestie en lompheid.
-
maken
verbIets creëren, werken of wat werk verrichten met resultaat; iets bouwen; produceren; verzorgen, of veroorzaken dat iets ontstaat. [..]
A veces me soprendo de la cantidad de porquería que algunos hombres pueden producir en una semana.
Ik sta soms versteld hoeveel troep sommige mensen in één week kunnen maken.
-
fabriceren
verbeen product door middel van werktuigen bewerken of vervaardigen [..]
Durante el período de referencia, seis empresas producían bicicletas en Camboya.
Tijdens de verslagperiode werden in Cambodja door zes ondernemingen rijwielen gefabriceerd.
-
Less frequent translations
- veroorzaken
- opleveren
- bewerkstelligen
- voortbrengen
- vervaardigen
- teweegbrengen
- stichten
- aanmaken
- opbrengen
- betekenen
- houden
- aanrichten
- beleggen
- aandoen
- uitschrijven
- tot stand brengen
- afwerpen
- creëren
- scheppen
- verschaffen
- verstrekken
- bewegen
- bemiddelen
- overhalen
- uitreiken
- belezen
- determineren
- doen besluiten
- nauwkeurig bepalen
- bezorgen
- winnen
- provoceren
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "producir" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "producir" with translations into Dutch
-
geurhinder
-
productievolume
-
aanmaken · ageren · bedrijven · bezig zijn · doen · effect hebben · effect sorteren · handelen · maken · opereren · optreden · te werk gaan · uitbrengen · uitrichten · uitvoeren · uitwerken · uitwerking hebben · werken
-
als uitvoer geven · uitvoeren
-
doen walgen