Translation of "servir" into Dutch
bedienen, serveren, opdienen are the top translations of "servir" into Dutch.
servir
verb
grammar
Trabajar en el servicio doméstico. [..]
-
bedienen
verbeten en of drinken brengen in een horecagelegenheid [..]
Yo estaba en la cocina cuando el comisario le sirvió.
Ik was in de keuken toen de commissaris haar bediende.
-
serveren
verbTraer (comida o bebida) a una persona para que coma o beba. [..]
En España la comida se sirve cerca de las dos.
In Spanje serveert men het middagmaal omstreeks 14u.
-
opdienen
verbeten en drinken op tafel zetten [..]
Estaba sirviendo té y conocería el paradero de todos.
Hij was aan thee aan het opdienen op dat moment, hij zou weten waar iedereen was.
-
Less frequent translations
- dienen
- baten
- benutten
- dienst doen
- een dienst bewijzen
- voor iets dienen
- fungeren
- opscheppen
- beantwoorden
- opslaan
- aandragen
- tot stand brengen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "servir" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Images with "servir"
Phrases similar to "servir" with translations into Dutch
-
rioolwaterzuivering
-
bediend · server
-
bediend
-
opscheplepel
-
aan tafel · eten · het eten is klaar
-
rolmodel
Add example
Add