Translation of "usar" into Dutch
gebruiken, aanwenden, benutten are the top translations of "usar" into Dutch.
Hacer uso de un objeto, generalmente para alcanzar algún objetivo. [..]
-
gebruiken
verbzich bedienen van, toepassen [..]
Se dice que él puede hablar sin usar notas.
Men zegt dat hij kan spreken zonder notities te gebruiken.
-
aanwenden
verbgebruik maken van [..]
Para mí, empezar de cero es usar mis habilidades por las razones correctas.
Een nieuw begin betekent voor mij dat ik m'n vaardigheden ten goede aanwend.
-
benutten
verbEen voorwerp inzetten, meestal om een bepaald doel te bereiken.
Tenemos que hacer uso de estas posibilidades técnicas a fin de simplificar las cosas.
We moeten deze technische mogelijkheden benutten om de zaken te vereenvoudigen.
-
Less frequent translations
- toepassen
- bezigen
- doen
- aandoen
- aantrekken
- zetten
- aanbrengen
- stoppen
- steken
- plaatsen
- doorvoeren
- leggen
- aanzetten
- opbrengen
- stellen
- opleggen
- voordoen
- in toepassing brengen
- hanteren
- disponeren
- utiliseren
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "usar" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "usar" with translations into Dutch
-
gebruiksregels · richtlijnen voor gebruik
-
code voor eenmalig gebruik
-
landbouwbedrijfsgebouw
-
roamen