Translation of "variar" into Dutch
variëren, afwisselen, werken are the top translations of "variar" into Dutch.
variar
verb
grammar
Dar variedad. [..]
-
variëren
verbAfwisseling geven.
Los precios de algunos alimentos varían de una semana a otra.
De prijzen van bepaalde voedingsmiddelen variëren per week.
-
afwisselen
verbAfwisseling geven.
Solo hace falta un poco de imaginación para lograr un estudio de familia variado y ameno.
Ja, met een beetje fantasie kan een gezinsstudie levendig en afwisselend worden gemaakt.
-
werken
verbLa proporción de funcionarios y de personal local varía en las distintas regiones geográficas.
In hoeverre wordt gewerkt met ambtenaren dan wel met plaatselijk personeel hangt af van de geografische regio.
-
Less frequent translations
- verschillen
- veranderen
- uiteenlopen
- wijzigen
- verschuiven
- uitstellen
- aanhouden
- verdagen
- schelen
- wisselen
- fluctueren
- diversifiëren
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "variar" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "variar" with translations into Dutch
-
voor de variatie
-
allerlei · divers · geassorteerd · gemengd · gemixed · gevarieerd · onderscheiden · ongelijksoortig · uiteenlopend · verschillend
-
allerlei · divers · geassorteerd · gemengd · gemixed · gevarieerd · multipel · onderscheiden · ongelijksoortig · uiteenlopend · veelvoudig · verschillend
Add example
Add