Translation of "arrivant" into Dutch

bezoeker, aangekomene are the top translations of "arrivant" into Dutch.

arrivant adjective noun verb masculine grammar
+ Add

French-Dutch dictionary

  • bezoeker

    noun

    Iemand die aankomt of op komst is.

    Les gens de passage déposent leurs armes en arrivant!

    Alle bezoekers leveren direct na aankomst hun wapens in.

  • aangekomene

    Iemand die aankomt of op komst is.

    C'est synonyme de " récemment arrivé ", unique et original.

    Het synoniem van de nieuw aangekomene, het unieke, het originele.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "arrivant" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "arrivant" with translations into Dutch

  • vroeger aankomen · vroeger zijn
  • aan de hand zijn · aanbelanden · aanbieden · aankomen · aanlanden · arriveren · befall · belanden · bereiken · doorkomen · finishen · gebeuren · geschieden · klaarspelen · krijgen · overkomen · plaatsgrijpen · plaatshebben · plaatsvinden · slagen · slagen voor · terechtkomen · toegaan · toekomen · verschijnen · voordoen · voorkomen · voorvallen · zich
  • aankomst · bestemming · finish · komst · plaats van aankomst
  • in het ergste geval
  • Arriva Trains Wales
  • aandrijven · aanspoelen
  • vervallen
  • C’est arrivé près de chez vous
Add

Translations of "arrivant" into Dutch in sentences, translation memory