Translation of "behaal" into Dutch

behalen, verkrijgen, verwerven are the top translations of "behaal" into Dutch.

behaal
+ Add

Afrikaans-Dutch dictionary

  • behalen

    verb

    Trouens, elke keer dat jy weier om daarna te kyk, het jy ’n belangrike oorwinning behaal.

    Elke keer dat je weigert ernaar te kijken behaal je een belangrijke overwinning.

  • verkrijgen

    verb
  • verwerven

    verb

    Jy sal sukses behaal as jy daarin volhard om aangaande God en sy wil te leer

    U zult succes hebben als u met volharding kennis blijft verwerven over God en zijn wil

  • Less frequent translations

    • bereiken
    • halen
    • raken
    • aanschaffen
    • buitmaken
    • inhalen
    • teisteren
    • inslaan
    • kopen
    • treffen
    • reiken tot
    • slagen
    • klaarspelen
    • winnen
    • verdienen
    • aankopen
    • inkopen
    • doorkomen
    • afnemen
    • overnemen
    • slagen voor
    • krijgen
    • werven
    • aanwerven
    • aanbrengen
    • brengen
    • geleiden
    • leiden
    • uitlopen
    • volgen
    • voortkomen
    • voeren
    • belenden
    • uittreden
    • uitstappen
    • uitstijgen
    • besturen
    • voortvloeien
    • voortspruiten
    • resulteren
    • uitgaan
    • uitkomen
    • deelachtig worden
    • grenzen aan
    • leiden tot
    • uitdraaien op
    • uitlopen op
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "behaal" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "behaal" with translations into Dutch

  • halen
  • afdoen · afhalen · afleggen · afzetten · bergen · bewaren · blootstellen · etaleren · losmaken · opbergen · uitbrengen · uitdoen · uitkrijgen · uitstallen · uittrekken · wegleggen · wegzetten
  • ophalen
  • aanhalen
  • overhalen
  • bekende · betrekking · debiteren · geschiedenis · historie · kennis · omgang · opzicht · relaas · relatie · sprookje · verband · verhaal · verhalen · verhouding · verkeer · verstandhouding · vertellen · vertelling · vertelsel
  • aannemen · accepteren · afhalen · annuleren · collecteren · diffuseren · groeperen · hernemen · herroepen · innen · intrekken · inzamelen · loslaten · lossen · medebrengen · medenemen · meebrengen · meenemen · omroepen · ontlokken · ontvangen · oogsten · opeenhopen · opeenstapelen · ophopen · opstapelen · plukken · rapen · rondstrooien · rondsturen · slaken · stapelen · strooien · tappen · tassen · te voorschijn trekken · terughalen · terughebben · terugkrijgen · terugnemen · terugtrekken · uitbrengen · uitdrijven · uiten · uithalen · uitlaten · vergaderen · verkwisten · verzamelen · vieren · voortplanten · weglaten · zich verspreiden
  • beeldverhaal · stripverhaal
Add

Translations of "behaal" into Dutch in sentences, translation memory