Translation of "Anfuhr" into Dutch
aanvoer, toevoer are the top translations of "Anfuhr" into Dutch.
Anfuhr
-
aanvoer
noun verbEs lässt sich noch ein weiterer Gesichtspunkt anführen .
Men kan nog een extra argument aanvoeren .
-
toevoer
nounEnergieversorgung zur Bremsanlage eines anderen Zuges und Anfahren am Hang
toevoer naar remvoorzieningen van een andere trein en optrekken op hellingen
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Anfuhr" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "Anfuhr" with translations into Dutch
-
aankomst · aanpak · afstand · benadering · oprit · toegangsweg
-
argumenten aanvoeren
-
aanhalen · aanvoeren · bedotten · beetnemen · besturen · bevelvoerend · bewijzen · citeren · gewag maken van · leiden · leidend · managen · noemen · stellen · vangen · vermelden · voor de gek houden · voorgaan · voorlopen · vooruit helpen
-
aandoen · aanlopen · aanrijden · aanvaren · aanvoeren · afblaffen · afsnauwen · optrekken · overrijden · toesnauwen
Add example
Add