Translation of "Anwesen" into Dutch
landgoed, eigendom, bezit are the top translations of "Anwesen" into Dutch.
Anwesen
noun
neuter
grammar
Manor (engl.) [..]
-
landgoed
noun neuterDas Anwesen, das ich angeboten habe, ist nicht länger das deinige.
Het landgoed wat ik je aanbood, behoort je niet meer toe.
-
eigendom
noun neuterIch wusste nicht, dass das Kessler Haus ein Cataldo Anwesen ist.
Ik had er geen idee van dat het Kessler huis eigendom van Cataldo was.
-
bezit
verb noun neuterSie konnten das Anwesen nur ohne Pächter verkaufen.
Helaas, ze konden het landgoed niet verkopen zonder vrij bezit.
-
Less frequent translations
- boerderij
- erf
- hoeve
- hofstede
- goed
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Anwesen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Add example
Add