Translation of "Eintreten" into Dutch

komst, binnengaan, ingaan are the top translations of "Eintreten" into Dutch.

Eintreten
+ Add

German-Dutch dictionary

  • komst

    noun

    Durch das späte Eintreten der ersten Fröste wird eine gute Holzreife ermöglicht.

    De late komst van de eerste koude maakt een goede verhouting van de loten mogelijk.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Eintreten" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

eintreten verb grammar

eintreten (für) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • binnengaan

    verb

    In een ruimte gaan.

    Auf dem Gurtband ist eine Bezugslinie zu kennzeichnen, wo das freie Ende des Gurtbandes in die Verstelleinrichtung eintritt.

    Breng een referentielijn aan op de riemen op de plaats waar het vrije uiteinde van de gordel het verstelsysteem binnengaat.

  • ingaan

    verb

    In een ruimte gaan.

    Wir müssen mit diesen vier Richtlinien zugleich in das Konzertierungsverfahren eintreten.

    We moeten met die vier richtlijnen tegelijk de overlegprocedure ingaan.

  • binnenlopen

    Jeder, der in diese verrückte Atmosphäre eintritt

    Iemand die deze krankzinnige sfeer binnenloopt

  • Less frequent translations

    • binnenkomen
    • binnendringen
    • inkomen
    • intreden
    • zijn
    • gebeuren
    • beginnen
    • beginnen aan
    • bepleiten
    • binnentreden
    • inlopen
    • intrappen
    • inzetten
    • ontstaan
    • opkomen
    • opkomen voor
    • plaatsvinden
    • toetreden tot
    • uitkomen
    • verdedigen
    • verschijnen
    • voordoen
    • wedijveren
    • werkelijkheid worden
    • voorkomen
    • doordringen
    • doorstoten
    • op het station aankomen
    • toetreden
    • aansluiten
    • verenigen
    • zich voordoen

Images with "Eintreten"

Phrases similar to "Eintreten" with translations into Dutch

  • plotseling optreden
  • bij het leger gaan
  • voorstaan
  • aanneming · aanvaarding · aanval · aanvang · acceptatie · admissie · attaque · begin · betrekking · binnengaan · binnenkomst · entree · entrée · heenweg · ingang · inkom · intocht · intrede · invoer · kennismaking · landing · nadering · offensief · omgang · ontmoeting · ontvangst · toegang · toelating · toetreding · verband · verhouding · verkeer · verstandhouding · vlaag
Add

Translations of "Eintreten" into Dutch in sentences, translation memory