Translation of "Nehmen" into Dutch

vat, greep, inname are the top translations of "Nehmen" into Dutch.

Nehmen Noun grammar
+ Add

German-Dutch dictionary

  • vat

    noun verb

    Du nimmst alles viel zu wörtlich.

    Je vat alles te letterlijk op.

  • greep

    noun verb

    Warum nimmst du dir nicht was für den Flug?

    Waarom ga je niet iets voor de vlucht te grijpen?

  • inname

    noun

    Nehmen Sie Zerit immer genau nach Anweisung des Arztes ein

    Volg bij inname van Zerit nauwgezet het advies van uw arts

  • slag

    noun

    Nehmt Erde in die Hand. Seht Euch an, was gedeiht.

    Ga aan de slag, kijk wat er wil groeien.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Nehmen" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

nehmen verb grammar

In den eigenen Besitz bekommen. [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • nemen

    verb

    iets vastpakken met de handen [..]

    Ich nehme an, du hast das bereits Korrektur gelesen.

    Ik neem aan dat je dat al hebt proefgelezen.

  • pakken

    verb

    in de handen nemen [..]

    Als ich begriffen habe, dass es regnet, nahm ich meinen Schirm mit.

    Toen ik zag dat het regende, heb ik mijn paraplu gepakt.

  • ontnemen

    verb

    zorgen dat iemand ergens niet meer over beschikt

    Du willst mir etwas nehmen, was mir wichtig ist?

    Je wilt iets van me ontnemen wat belangrijk is voor mij?

  • Less frequent translations

    • vatten
    • oprapen
    • aanvatten
    • gebruiken
    • onderscheppen
    • brengen
    • benemen
    • hebben
    • meenemen
    • keuren
    • innemen
    • binnenkrijgen
    • beoordelen
    • kiezen
    • grijpen
    • pikken
    • veroveren
    • bezetten
    • uitkiezen
    • aannemen
    • aanvaarden
    • accepteren
    • afhandig maken
    • aflezen
    • afnemen
    • behandelen
    • omgaan met
    • opnemen
    • opvatten
    • schuiven
    • vastleggen
    • verlangen
    • verwijten
    • vragen
    • wegnemen
    • vastnemen
    • opteren
    • selecteren
    • belegeren
    • grissen
    • herkrijgen
    • vergelden
    • beetpakken
    • terechtwijzen
    • aansporen
    • terugbetalen
    • manen
    • aanmanen
    • berispen
    • kritiseren
    • vastgrijpen
    • graaien
    • beknorren
    • toegrijpen
    • terugstorten
    • herwinnen
    • restitueren

Images with "Nehmen"

Phrases similar to "Nehmen" with translations into Dutch

Add

Translations of "Nehmen" into Dutch in sentences, translation memory