Translation of "Streit" into Dutch
ruzie, geschil, strijd are the top translations of "Streit" into Dutch.
Streit
noun
masculine
grammar
Zoff (umgangssprachlich) [..]
-
ruzie
noun feminineLuide en heftige verbale confrontatie tussen twee of meerdere personen. [..]
Streite nicht mit einer Frau, wenn sie müde ist.
Maak nooit ruzie met een vrouw als ze moe is.
-
geschil
noun neuterLuide en heftige verbale confrontatie tussen twee of meerdere personen.
Der Streit wurde ein für alle Mal beigelegt.
Dat geschil is voor eens en voor altijd opgelost.
-
strijd
noun masculineeen handgemeen
Es muss ein Ende haben mit dem öffentlichen Streit.
Er moet een einde worden gemaakt aan de openlijke strijd.
-
Less frequent translations
- dispuut
- conflict
- twist
- kwestie
- onenigheid
- controverse
- herrie
- pleit
- redetwist
- twistgesprek
- vijandige rivaliteit
- meningsverschil
- tweespalt
- mot
- onmin
- betoog
- geruzie
- verschil van mening
- vete
- betwisting
- botsing
- heibel
- kibbelpartij
- tweedracht
- wraak
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "Streit" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "Streit" with translations into Dutch
-
burenruzie
-
ruzie krijgen
-
ruzie maken
-
aanvechten · bakkeleien · bekvechten · bestrijden · betwisten · discussieren · disputeren · harrewarren · in conflict zijn · kampen · kibbelen · kibelen · kiften · kijven · krakelen · redetwisten · rusiemaken · ruzie · ruzie maken · ruziemaken · ruzieën · ruziën · strijd voeren · strijden · tegenspreken · twisten · vechten · vloeken · wedijveren
-
over smaak valt niet te twisten
-
Albert Streit
-
daar valt over te twisten
-
Strijd om het Victoria-altaar
Add example
Add