Translation of "Treiben" into Dutch

activiteit, bedrijvigheid, beoefening are the top translations of "Treiben" into Dutch.

Treiben noun neuter grammar

des Lebens bunte Fülle (poet.)

+ Add

German-Dutch dictionary

  • activiteit

    noun

    Die meisten Eltern sind jedoch überrascht, wenn sie von dem kriminellen oder unsittlichen Treiben ihrer Kinder erfahren.

    Niettemin zijn ouders meestal verbaasd als zij achter de misdadige of immorele activiteiten van hun kinderen komen.

  • bedrijvigheid

    Aus dem Fenster des dahinbrausenden Busses beobachten wir das geschäftige Treiben draußen.

    Terwijl onze bus zich voortspoedt, proberen we door het raam naar de bedrijvigheid op straat te kijken.

  • beoefening

    Sodom und Gomorra wurden vernichtet, weil dort Homosexualität getrieben wurde.

    Sodom en Gomorra werden vernietigd vanwege hun beoefening ervan.

  • Less frequent translations

    • doen en laten
    • drukte
    • handelwijze
    • leven
    • optreden
    • vlotten
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "Treiben" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

treiben verb grammar

auf Trab bringen (umgangssprachlich) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • drijven

    verb

    (Dieren) voor zich uit laten gaan in een bepaalde richting.

    Ein Schäferhund treibt eine Schafherde zur Weide.

    Een herdershond drijft een kudde schapen naar de weide.

  • opjagen

    verb

    So hat er das Schiff noch nie getrieben.

    Hij heeft het schip nog nooit zo opgejaagd.

  • aandrijven

    verb

    doen bewegen

    Dieses Wasser trieb 8 Motoren an, die dann die Brückenklappen anhoben.

    Die voedden de acht motoren waarmee de bascules werden aangedreven.

  • Less frequent translations

    • duwen
    • voortdrijven
    • stoten
    • dringen
    • douwen
    • stuwen
    • maken
    • motiveren
    • afdrijven
    • samendrijven
    • aanduwen
    • bedrijven
    • dwingen
    • zweven
    • beoefenen
    • bezielen
    • botten
    • dobberen
    • doen
    • doen aan
    • krijgen
    • kweken
    • opdrijven
    • telen
    • uithalen
    • uitlopen
    • uitoefenen
    • uitspoken
    • uitvoeren
    • rijden
    • duw
    • meedrijven
    • stoot
    • vervolgen
    • voortstuwen
    • najagen
    • achtervolgen
    • narennen
    • aftappen
    • afleiden
    • op drift zijn
    • jagen
    • stuurloos
    • dwalen
    • losgeslagen
    • op drift

Phrases similar to "Treiben" with translations into Dutch

  • met de hand gedreven
  • handel drijven · handeldrijven · handelen · zaken doen
  • aan sport doen · sporten · trainen
  • handeldrijvend
  • The Thrill of It All
  • aandrang · aandrift · aandrijving · aansporing · douw · drang · drift · duw · impuls · instigatie · instinct · libido · loot · lot · lust · neiging · oog · opwelling · por · rank · scheut · spruit · stoot · stuwing · tandwieltje · uitloper · uitspruitsel · voortstuwing · zet · zin · zucht
  • actief zijn
  • drijvend · vlottend
Add

Translations of "Treiben" into Dutch in sentences, translation memory