Translation of "angezogen" into Dutch

aangetrokken, gekleed are the top translations of "angezogen" into Dutch.

angezogen verb
+ Add

German-Dutch dictionary

  • aangetrokken

    particle

    Gravitation ist die Naturkraft, mit der sich Gegenstände gegenseitig anziehen.

    Zwaartekracht is de natuurkracht waardoor voorwerpen elkaar aantrekken.

  • gekleed

    particle

    Sie hat sich wie eine Schauspielerin angezogen.

    Ze had zich gekleed als een actrice.

  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "angezogen" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "angezogen" with translations into Dutch

  • kleding · kleren
  • aandacht trekken · opzien baren
  • aanbrengen · aandoen · aandraaien · aandrukken · aaneensluiten · aanhalen · aankleden · aanlokken · aannemen · aanslaan · aanspannen · aanspreken · aantijgen · aantrekkelijk · aantrekken · aanwenden · aanzetten · accepteren · bekleden · bekoren · belasten · belasting heffen op · benutten · bepleisteren · bergen · bezweren · bidden · bijschuiven · binden · doen · doorvoeren · dringen · drukken · dwingen · forceren · gebruiken · in toepassing brengen · indoen · inleggen · insluiten · inzetten · inzwachtelen · kleden · knellen · leggen · lokken · nauwer aanhalen · noodzaken · omkleden · omzwachtelen · ontvangen · opbergen · opbrengen · opdringen · ophalen · opleggen · opnemen · opsluiten · opwinden · overtrekken · persen · plaatsen · pleisteren · pressen · rukken · schroeven · smeken · spannen · staan · starten · steken · stellen · stijgen · stoppen · strekken · stukadoren · toelachen · toepassen · trekken · uitdossen · uitrekken · veraccijnzen · verbinden · verdichten · verlekkeren · verplichten · vijzen · voordoen · wegbergen · wegsluiten · zetten · zich · zich aankleden · zich kleden · zich opdringen · zwachtelen
  • aanbrengen · aandoen · aandraaien · aandrukken · aaneensluiten · aanhalen · aankleden · aanlokken · aannemen · aanslaan · aanspannen · aanspreken · aantijgen · aantrekkelijk · aantrekken · aanwenden · aanzetten · accepteren · bekleden · bekoren · belasten · belasting heffen op · benutten · bepleisteren · bergen · bezweren · bidden · bijschuiven · binden · doen · doorvoeren · dringen · drukken · dwingen · forceren · gebruiken · in toepassing brengen · indoen · inleggen · insluiten · inzetten · inzwachtelen · kleden · knellen · leggen · lokken · nauwer aanhalen · noodzaken · omkleden · omzwachtelen · ontvangen · opbergen · opbrengen · opdringen · ophalen · opleggen · opnemen · opsluiten · opwinden · overtrekken · persen · plaatsen · pleisteren · pressen · rukken · schroeven · smeken · spannen · staan · starten · steken · stellen · stijgen · stoppen · strekken · stukadoren · toelachen · toepassen · trekken · uitdossen · uitrekken · veraccijnzen · verbinden · verdichten · verlekkeren · verplichten · vijzen · voordoen · wegbergen · wegsluiten · zetten · zich · zich aankleden · zich kleden · zich opdringen · zwachtelen
Add

Translations of "angezogen" into Dutch in sentences, translation memory