Translation of "anziehend" into Dutch
aantrekkelijk, aanlokkelijk, bekoorlijk are the top translations of "anziehend" into Dutch.
anziehend
adjective
verb
grammar
anmächelig (schweiz.) (umgangssprachlich) [..]
-
aantrekkelijk
adjectivebekoorlijk [..]
Das kannst du dadurch tun, daß du eine Persönlichkeit entwickelst, die auf andere anziehend wirkt.
Je kunt dit doen door persoonlijke eigenschappen te ontwikkelen die voor anderen aantrekkelijk zijn.
-
aanlokkelijk
Charme en aantrekkelijkheid hebbend.
-
bekoorlijk
adjectiveAangenaam of aantrekkelijk voor de zintuigen zijn. [..]
Er wird das Stehlen verabscheuen und nichts Anziehendes daran finden.
Zij verfoeien diefstal en vinden niets bekoorlijks aan deze praktijk.
-
Less frequent translations
- bevallig
- innemend
- mooi
- knap
- leuk
- verleidelijk
- begeerlijk
- schattig
- charmant
- aardig
- lief
- aanbiddelijk
- allerliefst
- begerenswaardig
- verlokkend
- attractief
- sympathiek
- fijn
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "anziehend" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Phrases similar to "anziehend" with translations into Dutch
-
kleding · kleren
-
aandacht trekken · opzien baren
-
aangetrokken · gekleed
-
aanbrengen · aandoen · aandraaien · aandrukken · aaneensluiten · aanhalen · aankleden · aanlokken · aannemen · aanslaan · aanspannen · aanspreken · aantijgen · aantrekkelijk · aantrekken · aanwenden · aanzetten · accepteren · bekleden · bekoren · belasten · belasting heffen op · benutten · bepleisteren · bergen · bezweren · bidden · bijschuiven · binden · doen · doorvoeren · dringen · drukken · dwingen · forceren · gebruiken · in toepassing brengen · indoen · inleggen · insluiten · inzetten · inzwachtelen · kleden · knellen · leggen · lokken · nauwer aanhalen · noodzaken · omkleden · omzwachtelen · ontvangen · opbergen · opbrengen · opdringen · ophalen · opleggen · opsluiten · opwinden · overtrekken · persen · plaatsen · pleisteren · pressen · rukken · schroeven · smeken · spannen · staan · starten · steken · stellen · stoppen · strekken · stukadoren · toelachen · toepassen · trekken · uitdossen · uitrekken · veraccijnzen · verbinden · verdichten · verlekkeren · verplichten · vijzen · voordoen · wegbergen · wegsluiten · zetten · zich · zich aankleden · zich kleden · zich opdringen · zwachtelen
-
aanbrengen · aandoen · aandraaien · aandrukken · aaneensluiten · aanhalen · aankleden · aanlokken · aannemen · aanslaan · aanspannen · aanspreken · aantijgen · aantrekkelijk · aantrekken · aanwenden · aanzetten · accepteren · bekleden · bekoren · belasten · belasting heffen op · benutten · bepleisteren · bergen · bezweren · bidden · bijschuiven · binden · doen · doorvoeren · dringen · drukken · dwingen · forceren · gebruiken · in toepassing brengen · indoen · inleggen · insluiten · inzetten · inzwachtelen · kleden · knellen · leggen · lokken · nauwer aanhalen · noodzaken · omkleden · omzwachtelen · ontvangen · opbergen · opbrengen · opdringen · ophalen · opleggen · opsluiten · opwinden · overtrekken · persen · plaatsen · pleisteren · pressen · rukken · schroeven · smeken · spannen · staan · starten · steken · stellen · stoppen · strekken · stukadoren · toelachen · toepassen · trekken · uitdossen · uitrekken · veraccijnzen · verbinden · verdichten · verlekkeren · verplichten · vijzen · voordoen · wegbergen · wegsluiten · zetten · zich · zich aankleden · zich kleden · zich opdringen · zwachtelen
Add example
Add