Translation of "anlegen" into Dutch

voordoen, aanzetten, beleggen are the top translations of "anlegen" into Dutch.

anlegen verb grammar

anwenden (auf) [..]

+ Add

German-Dutch dictionary

  • voordoen

    verb
  • aanzetten

    verb

    Werden elektromechanische Bremsen vorgesehen , dann müssen diese mechanisch angelegt und elektrisch gelöst werden .

    Elektromechanische remmen Elektromechanische remmen moeten mechanisch worden aangezet en elektrisch worden gelost.

  • beleggen

    verb

    geld steken in een naar verwacht winstgevende onderneming

    Ich verfüge über ein kleines Vermögen, aber es wurde nicht gut angelegt.

    Ik krijg een kleine rente, maar het geld is slecht belegd.

  • Less frequent translations

    • ondersteunen
    • schragen
    • stutten
    • steunen
    • aanleggen
    • aantrekken
    • aandoen
    • investeren
    • aanbrengen
    • aanmeren
    • opleggen
    • inleggen
    • opbrengen
    • leggen
    • doen
    • creëren
    • zetten
    • plaatsen
    • deponeren
    • stellen
    • steken
    • stoppen
    • dwingen
    • verzenden
    • opdringen
    • verplichten
    • afgeven
    • veraccijnzen
    • telegraferen
    • forceren
    • aanlanden
    • aanslaan
    • noodzaken
    • belasten
    • beogen
    • besteden
    • het aanleggen
    • meren
    • mikken
    • munten
    • richten
    • samenstellen
    • toeleggen
    • uitgeven
    • uitzetten
    • verzekeren
    • belasting heffen op
    • in bewaring geven
    • zich opdringen
    • dragen
    • gebruiken
    • toepassen
    • beginnen
    • staan
    • ontwerpen
    • bekleden
    • aanpakken
    • kleden
    • aanwenden
    • landen
    • aannemen
    • benutten
    • accepteren
    • doorvoeren
    • inzetten
    • aanspreken
    • ontvangen
    • toetreden
    • overtrekken
    • indoen
    • pleisteren
    • stukadoren
    • bepleisteren
    • enteren
    • schoren
    • aanklampen
    • aankleden
    • vasthaken
    • ruggesteunen
    • aanhaken
    • toespreken
    • aanbinden
    • aansnijden
    • aankaarten
    • omkleden
    • aanvangen
    • aan komen lopen
    • aan land gaan
    • aan wal komen
    • beginnen met
    • in toepassing brengen
    • stoten op
    • zich stoten aan
    • afmeren
    • oprichten
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "anlegen" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Translations with alternative spelling

Anlegen Noun grammar
+ Add

"Anlegen" in German - Dutch dictionary

Currently, we have no translations for Anlegen in the dictionary, maybe you can add one? Make sure to check automatic translation, translation memory or indirect translations.

Phrases similar to "anlegen" with translations into Dutch

Add

Translations of "anlegen" into Dutch in sentences, translation memory