Translation of "bereisen" into Dutch
afreizen, bereizen, reizen door are the top translations of "bereisen" into Dutch.
bereisen
Verb
grammar
-
afreizen
Er hat die ganze Welt bereist.
Hij heeft de hele wereld afgereisd.
-
bereizen
In über 44 Jahren als Generalautorität habe ich die Gelegenheit gehabt, die ganze Welt zu bereisen.
In mijn 44 jaar als algemeen autoriteit heb ik de hele wereld bereisd.
-
reizen door
Er bereiste ganz Europa.
Hij reisde door heel Europa.
-
Show algorithmically generated translations
Automatic translations of "bereisen" into Dutch
-
Glosbe Translate
-
Google Translate
Add example
Add