Translation of "bereit" into Dutch

klaar, gereed, af are the top translations of "bereit" into Dutch.

bereit adjective grammar

zu Diensten (gehoben)

+ Add

German-Dutch dictionary

  • klaar

    adjective

    Bist du bereit, die schlechte Nachricht zu hören?

    Ben je klaar om het slechte nieuws te horen?

  • gereed

    adjective

    Hier ist er, bereit vom glücklichen Klienten unterzeichnet zu werden.

    Hier, gereed om door je gelukkige cliënt te worden getekend.

  • af

    adjective

    Du bist wie ein Schwarzpulverfass, bereit zu explodieren.

    Je bent net een kruitvat dat op het punt staat af te gaan.

  • Less frequent translations

    • bereid
    • afgelopen
    • graag
    • gaarne
    • met genoegen
    • paraat
    • voorbereid
    • eer
    • genegen
    • liever
    • gretig
    • klare
    • liefst
    • veeleer
    • bij voorkeur
    • voorbereide
    • bereidwillig
    • gewillig
    • vrijwillig
  • Show algorithmically generated translations

Automatic translations of "bereit" into Dutch

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Phrases similar to "bereit" with translations into Dutch

  • genotvol · plezierig · prettig
  • aandoen · aanleggen · aanmaken · aanrichten · ageren · baren · bedrijven · beleggen · belezen · bemiddelen · bereiden · berijden · berokkenen · bewegen · bezig zijn · bezorgen · bouwen · construeren · determineren · doen · doen besluiten · effect sorteren · fabriceren · fitten · gereedmaken · handelen · houden · installeren · klaarmaken · klaarzetten · laten · laten doen · leggen · maken · nauwkeurig bepalen · opereren · optreden · overhalen · plaatsen · poseren · situeren · stationeren · steken · stellen · stichten · stoppen · te werk gaan · teweegbrengen · toebereiden · uitbrengen · uitreiken · uitrichten · uitschrijven · uitvoeren · uitwerken · uitwerking hebben · veroorzaken · verschaffen · verstrekken · vervaardigen · voorbereiden · werken · zetten · zich klaarmaken · zich voorbereiden · zitten
  • weest paraat
  • moeilijkheden veroorzaken
  • klaarstaan
  • klaarmaken
  • bereden · te paard
  • plezier doen
Add

Translations of "bereit" into Dutch in sentences, translation memory